Indexering en veranderingen op alimentatiegebied

Per 1 januari 2015 treden weer een aantal veranderingen in op het alimentatiegebied.

Allereerst is het indexeringspercentage voor 1 januari 2015 vastgesteld en wel op 0,8%. Dit indexeringspercentage geldt zowel voor kinder- als voor partneralimentatie.

Vanaf 2015 zijn er ook vier regelingen, die ouders financieel ondersteunen. Dit zijn de kinderbijslag, het kindgebonden budget, de combinatiekorting en de kinderopvangtoeslag. De volgende regelingen verdwijnen vanaf 1 januari 2015:

  • – Ouderschapsverlofkorting
  • – Aanvulling op het minimum inkomen voor alleenstaande ouders
  • – Alleenstaande ouderkorting
  • – Aftrek levensonderhoud voor kinderen

Het kindgebonden budget is een tegemoetkoming voor ouders in de kosten voor kinderen tot 18 jaar en ook ten aanzien van dit budget vinden de nodige wijzigingen plaats, alsmede voor de te verkrijgen kinderbijslag. De wijzigingen zijn afhankelijk van Uw persoonlijke financiële situatie en vergen dus maatwerk.

Het kan zijn, dat door de invoering van deze nieuwe regels sprake is van een wijziging van omstandigheden en dus aanleiding kunnen geven tot een herbeoordeling van een eerder overeengekomen of vastgestelde bijdrage. Laat U daaromtrent tijdig adviseren.

Aanzegging van beëindiging tijdelijk contract

Op 1 januari 2015 treedt het eerste deel van de Wet werk en zekerheid (Wwz) in werking en krijgen werkgevers die werken met tijdelijke arbeidscontracten verplicht te maken met een aanzegging. Dit is in feite niets anders dan de verplichting om werknemers met een tijdelijk arbeidscontract schriftelijk te informeren over de wens van de werkgever om het contract wel of niet te verlengen. Deze aanzegging moet uiterlijk één maand voor de einddatum van het arbeidscontract hebben plaatsgevonden. Deze aanzegverplichting geldt alleen voor de werkgever en bovendien alleen voor tijdelijke arbeidscontracten van zes maanden of langer.

 In de toelichting op het wetsartikel over aanzeggen heeft de regering aangegeven, dat onder een schriftelijke aanzegging ook een aanzegging per e-mail wordt verstaan. Omdat er echter later wel discussie kan ontstaan over de vraag of deze e-mail de werknemer tijdig heeft bereikt, verdient het aanbeveling om een ontvangstbevestiging van het e-mailbericht te vragen, danwel de aanzegging gelijktijdig per aangetekende post te versturen, zodat bewijs voorhanden is.

 Er geldt dus geen aanzegverplichting voor:

  • – Tijdelijke arbeidscontracten met een looptijd korter dan zes maanden
  • – Een uitzendovereenkomst tijdens de eerste 78 weken
  • – Tijdelijke arbeidscontracten die eindigen op een tijdstip dat niet op een kalenderdatum is gesteld (denk aan vervanging van een zieke collega of projectmatige contracten)
  • – Kortlopende tijdelijke arbeidscontracten die bij elkaar opgeteld zes maanden of langer lopen

De sanctie op het niet nakomen van de aanzegverplichting is het betalen van een vergoeding door de werkgever aan de werknemer ter grootte van één bruto maandloon. Onder loon worden dan ook de vaste looncomponenten meegenomen, te weten dus het basisloon, vakantietoeslag, eventuele 13de maand, een eventuele vaste ploegentoeslag en een eventuele structurele overwerkvergoeding. Over de aanzegvergoeding dient loonbelasting te worden ingehouden, daar deze vergoeding fiscaal wordt beschouwd als ‘loon uit vroegere dienstbetrekking”.

De werknemer moet binnen twee maanden na het einde van het arbeidscontract een beroep doen op overtreding van die aanzegverplichting door de werkgever aan te schrijven. Als de werkgever vervolgens niet vrijwillig betaalt, dient de werknemer nog steeds binnen die periode van twee maanden een procedure in te leiden bij de bevoegde Kamer voor Kantonzaken. Deze termijn van twee maanden is een vervaltermijn en kan dus niet gestuit worden. Het is dus zaak, dat beide partijen termijnen goed in het oog houden.

Welke financiële verplichtingen heeft een stiefouder?

Wie in het huwelijk treedt met een persoon, die kinderen heeft uit een eerdere relatie wordt stiefouder in de zin der wet. Het Burgerlijk Wetboek bepaalt, dat een stiefouder ook verplicht is gedurende dat huwelijk of geregistreerd partnerschap levensonderhoud te verstrekken aan de tot het gezin behorende kinderen van zijn/haar echtgenoot/echtgenote of geregistreerde partner. Dus er ontstaat pas een onderhoudsplicht, als er sprake is van een huwelijk of geregistreerd partnerschap, terwijl de stiefkinderen dan ook tot het gezin moeten gaan behoren. Als er dus sprake is van een omgangsregeling is die verplichting niet aanwezig.

Recent heeft het Hof Den Haag echter geoordeeld, dat het onderscheid tussen een formele stiefouder in de zin der wet en een nieuwe partner die samenleeft met de verzorgende ouder niet meer van deze tijd is en mogelijk dus strijdig is met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Dat zou betekenen, dat een onderhoudsplicht voor de ongehuwde partner van de persoon met kinderen uit een eerdere relatie wordt opengezet. Dit zal de nodige jurisprudentie met zich mee gaan brengen in de toekomst, dus het is zaak U in deze aangelegenheid goed te laten informeren.

Memo Wet werk en zekerheid

Het wetsvoorstel werk en zekerheid is inmiddels aangenomen door de Tweede Kamer. Belangrijke wijzigingen treden dan ook in werking per 1 januari en 1 juli 2015. Het is verstandig in de aanloop naar deze wetswijzigingen hierop vast te anticiperen. Wat gaat er zoal veranderen:

Oproepovereenkomst of nul-uren-contract is niet zomaar tussentijds opzegbaar

Vele werkgevers maken gebruik van een oproepovereenkomst of een nul-uren-contract, omdat zij van mening zijn, dat dit flexibiliteit voor het bedrijf met zich mee brengt. Omdat echter dergelijke contractsvormen onzekerheid mee brengen voor werknemers, worden werknemers met deze contracten extra beschermd. Denk daarbij aan het rechtsvermoeden van omvang van de arbeidsovereenkomst en de minimumaanspraak op loon per oproep. Beide rechten zijn opgenomen in boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.

Als gedurende een langere periode gebruik wordt gemaakt van een dergelijke werknemer en deze kan aantonen, dat gedurende die zekere periode een bepaalde omvang is ontstaan, en ineens bent U niet meer zo “happy” met de betreffende werknemer, kunt U van een koude kermis thuiskomen, indien U ineens besluit geen gebruik meer te maken van de oproepovereenkomst en een beroep te doen op nul uren. Meerdere malen heeft de rechterlijke macht in dergelijke situaties bepaald, dat desalniettemin doorbetaling van het loon of gefixeerde schadevergoeding door de werkgever moet worden betaald, omdat de betreffende werknemer er van uit mag gaan, dat het rechtsvermoeden van de omvang van zijn arbeidsovereenkomst doorwerkt en dientengevolge ook het daarmee samenhangende loon.

Kennisneming van algemene voorwaarden bij dienstverlening via de website

Indien U algemene voorwaarden hanteert is het noodzakelijk, dat vóór het sluiten van een overeenkomst de inhoud van deze algemene voorwaarden bij Uw contractspartij bekend zijn of redelijkerwijs bekend hadden kunnen worden. In ons digitale tijdperk worden ook de algemene voorwaarden elektronisch toegankelijk gemaakt via bijvoorbeeld een website. Het is noodzakelijk, dat U een “knop” hebt op Uw site waardoor Uw contractspartij eenvoudig kennis kan nemen van die algemene voorwaarden, indien de toepasselijkheid wordt betwist.

Vakantie: door werknemer gewenst, door werkgever niet gehonoreerd

In een uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch d.d. 20 mei 2014 werd een oordeel gegeven over een door een werknemer gewenste vakantie, welke echter door de werkgever niet werd gehonoreerd. Wellicht komt U in Uw bedrijf ook wel eens met die situatie in aanraking. Vast staat, dat voor U als werkgever een goede planning van de bedrijfsactiviteiten in combinatie van de verlofmogelijkheden voor de werknemer van groot belang is. Daar tegenover staat het belang van de werknemer om tijdig duidelijkheid te hebben over de gewenste vakantie, zodat ook deze tot inplanning kan overgaan. In de wet is in artikel 7:638 BW een korte reactietermijn voor de werkgever opgenomen op een verzoek van een werknemer om vakantie op te nemen. Houd met deze situatie rekening, daar als U niet adequaat genoeg hebt gereageerd en Uw werknemer gaat op vakantie in weerwil van Uw bezwaar, kan zulks niet altijd worden gesanctioneerd met een gegeven ontslag op staande voet. Dat middel kan dan weleens als te zwaar worden geacht door de rechterlijke macht.

Overgang pensioenaanspraken

Bij het overnemen van een onderneming komt veel kijken. Zeker als er daarbij sprake is van overname van personeel. Bij overgang van een onderneming neemt U de rechten en verplichtingen met betrekking tot het personeel over, maar ook derden kunnen zich plotseling bij U melden. Indien Uw onderneming aangesloten is bij een bedrijfstak pensioenfonds is het niet uitgesloten, dat het bedrijfstak pensioenfonds ook verhaal op de verkrijgende werkgever neemt in verband met de door de overdragende werkgever onbetaald gelaten pensioenpremies, waarbij het bedrijfstak pensioenfonds een beroep doet op de overgang van de ondernemingsregeling. Het is dan ook zaak, dat bij een beslissing tot overname van een onderneming U alle aspecten van die onderneming in het oog houdt en onderzoekt, zodat U niet achteraf voor verrassingen komt te staan.

Wijzigingen huurcommissie per 1 juli 2014

Wijzigingen per 1 juli 2014
Op 1 juli 2014 verandert er een aantal zaken in de regelgeving die de Huurcommissie uitvoert. Dit heeft gevolgen voor huurders en verhuurders die een procedure bij de Huurcommissie willen beginnen. Het gaat om de volgende wijzigingen: Servicekosten Onder servicekosten vallen niet meer de kosten voor gas, elektriciteit en water als de huurder hiervoor een eigen meter heeft. Dit zijn nu kosten voor nutsvoorzieningen. Het nieuwe onderscheid werkt door in de procedure over het voorschot en de jaarafrekening van de servicekosten en nutsvoorzieningen; Er is een nieuw formulier voor verhuurders om nadere informatie toe te sturen in een procedure; Er geldt een drempelbedrag voordat de huurder of verhuurder een procedure kan beginnen bij de Huurcommissie. Overige wijzigingen Huurverhoging: de termijn is veranderd voor zowel het uitbrengen van een herinneringsbrief door de verhuurder, als voor het indienen van een verzoekschrift door de huurder; Splitsen all-inprijs: de huurder moet eerst de verhuurder vragen om de all-inprijs te splitsen. Gaat de verhuurder niet akkoord met het voorstel, dan kan de huurder de Huurcommissie vragen het voorstel te beoordelen; Onderhoudsgebreken: bij ernstige onderhoudsgebreken wordt de tijdelijke verlaagde huurprijs op een andere manier berekend; Leges: het is niet meer mogelijk om bezwaar te maken bij de Huurcommissie tegen de legesveroordeling; Leges: als de verhuurder het legestarief voor natuurlijke personen wil betalen, moet hij via het huurcontract aantonen dat hij een natuurlijk persoon is.